Dan ook maar meteen een jurk aan - Aaf Brandt Corstius (2008)

Met Aaf begint voor mij de dag. Elke ochtend lees ik met veel plezier haar column op pagina 2 van NRC Next. Aaf, voor degenen die deze krant niet lezen, is Aaf Brandt Corstius. Ze schrijft elke weekdag een column voor NRC Next. Op een prettige, relativerende toon beziet ze de wereld om haar heen, gebeurtenissen in de maatschappij en - niet in de laatste plaats - haar eigen leven. In de bundel ‘Dan ook maar meteen een jurk aan’ zijn haar leukste columns van 2008 gebundeld.
Je kunt lekker ongedwongen lezen in deze bundel met 181 columns. Er zit geen volgorde in (al slaan sommige columns wel terug op eerdere bijdragen) en dus kun je zo af en toe lukraak een stukje lezen. De bijdragen zijn bovendien niet langer dan twee bladzijden per stukje, waardoor het ideaal leesvoer is kort voor het slapengaan (eigenlijk precies het omgekeerde als waarvoor ze oorspronkelijk geschreven worden, NRC Next is immers een ochtendkrant).
Terug naar het belangrijkste: waarom is Aaf Brandt Corstius zo’n beetje de leukste columniste van Nederland? Simpelweg omdat ze de wondere wereld die Nederland (en andere landen waar ze ‘toevallig’ belandt) heet zo goed observeert en de absurditeiten op treffende en natuurlijke wijze naar het papier weet te vertalen. Ze heeft een heerlijk soort humor, die ervoor zorgt dat je vaak niet anders kan dan hardop lachen om haar stukjes. Daarbij kan ze heerlijk relativeren en spaart ze zichzelf niet.
In elk stukje staat bovendien wel een zin, waarvan ik kan blijven genieten.
Zo schrijft ze over een bezoek aan een gebedsgenezer: ,,Niemand verrees uit zijn rolstoel. En ik zat in een hoekje en dacht mijn gebruikelijke gedachte die in gezelschap van gelovigen altijd tot mij komt: waarom verwachten jullie toch zoveel van degene die al deze narigheid voor jullie bedacht heeft?’’
O over een boekpresentatie bij Jan des Bouvrie thuis. Aaf is de eerste bezoeker en voelt zich nogal opgelaten. ,,Wat doe je als je de enige gast bent op het feestje van Jan des Bouvrie? Je houdt je kopje thee stevig vast, doodsbang om het op een witte bank van driehonderd vierkante meter te laten vallen.’’
Verderop noteert ze in een column: ,,Ik heb geen enkel gevoel voor richting, behalve als het om winkelstraten gaat. Ik noem dat mijn winkel-gps.’’
En over Birkenstocks: ,,En nu kun je zeggen (.) Birkenstocks zijn hip. Maar Birkenstocks zijn allang niet meer hip. Ze waren vijf jaar geleden hip, en toen was dat al een vergissing, want het zijn oerlelijke verpleegstersschoenen.’’

3/10/2011 | boeken |