Chasmoloog Wolter Seuntjens over “het duistere raadsel” gapen
De geeuw is misschien wel het meest mysterieuze verschijnsel dat er is. Waarom gapen we? En wat wil iemand die gaapt daarmee zeggen? Ondanks verschillende onderzoeken heeft de geeuw nog maar weinig van zijn geheimen prijsgegeven. Zoals Wolter Seuntjens concludeert in zijn boek ‘Gaap!’: “Hoe nauwkeuriger we de geeuw bestuderen, hoe complexer deze blijkt te zijn.”
Het overkomt iedereen wel eens. Zit je te luisteren naar iemand die een voor hem of haar belangrijk verhaal vertelt. Voel je ineens een geeuw opkomen. Tegenhouden kun je vergeten. Dan maar zo goed mogelijk verbergen in de hoop dat je gesprekspartner niet de indruk krijgt dat je zijn of haar verhaal maar saai vindt. Maar wat als jij de verteller bent en degene die luistert, zit ongegeneerd te gapen. Wat zegt dat?Als je het boek ‘Gaap!’ van Wolter Seuntjens leest, denk je niet meer automatisch dat je toehoorder zich verveelt. Naast verveling is er volgens hem ook een verband tussen gapen en lust en hartstocht. Tevens speelt geeuwen een belangrijke rol bij het flirten. In zijn boek citeert hij vele voorbeelden uit ‘de literatuur en schone kunsten’. Zoals de Engelse koninklijke geschiedschrijver James Howell die in 1659 het volgende spreekwoord noteerde: “Wanneer een vrouw gaapt en zich uitrekt - Wie haar bedoeling niet snapt is een slome sukkel.”
Gapen of geeuwen. Iedereen doet het bijna iedere dag wel een keer. Toch is er weinig over bekend. “Er is veel over te zeggen, maar er is niet veel over bekend”, vertelt Seuntjens. “Er is weinig wetenschappelijk onderzoek naar gedaan en wat er is gedaan is vaak niet van het allerbeste soort. Daarom kwam ik terecht bij andere bronnen, zoals anekdotische observaties en de kunst. Het blijkt dat veel schrijvers iets over het onderwerp geschreven hebben. Die teksten blijken vaak interessanter dan wat wetenschappers erover gezegd hebben.”
Schaakles
Seuntjens raakte gefascineerd door het onderwerp nadat hij steeds vaker mensen zag gapen in een context die je niet zou verwachten. Twee gebeurtenissen in het bijzonder, zetten hem op het spoor. “Toen ik een jaar of 16 was gaf ik schaaklas aan een jonge vrouw, die op een bepaald moment uitbundig begon te gapen. Pas toen ik daar later over na ging denken kwam ik erachter dat het haar waarschijnlijk helemaal niet om het schaken ging, maar om iets anders.”
Zo’n acht jaar later viel het hem op dat de professor die hem mondelinge examens afnam bij zijn afstuderen, ook steeds na zo’n tien minuten begon te gapen. “Bij het tweede examen ging ik erop letten en bij de derde keer was ik meer met dat gapen bezig dan met mijn examen. Ik ben daarna in de bibliotheek gaan zoeken. Ik verwachtte daar de antwoorden te vinden, maar dat bleek niet zo te zijn. Ik constateerde dat er nauwelijks iets over het onderwerp te vinden was.”
Gedurende twintig jaar hield hij zich met het onderwerp bezig (“niet fulltime natuurlijk”) en zijn onderzoek resulteerde uiteindelijk in zijn promotie op het onderwerp gapen en het boek ‘Gaap!’. Met dit boek (“een eigentijdse gaapspiegel”) wil Seuntjens het gebrek aan kennis over het gapen enigszins goedmaken. Maar de chasmologie (wetenschap van de geeuw) blijft een lastige wetenschap. Seuntjens citeert Remco Campert uit “Het leven is vurrukkulluk”: “Een duister raadsel is dit alles, hoe meer licht men er op tracht te werpen, des te meer men zich van de duisternis bewust wordt.”
Communicatiemiddel
Er zijn verschillende theorieën over waarom we gapen. Zo zou dat zijn om het zuurstofgehalte in het bloed te verhogen. Deze theorie is - als een van de weinige - experimenteel getoetst en onjuist gebleken. Ook zou het gapen een soort voorbereiding zijn op een inspanning. Volgens anderen kan gapen worden gezien als communicatiemiddel. Maar wat zegt iemand dan door te geeuwen? Je zou kunnen denken: wie gaapt laat zien dat hij of zij het saai vindt of gewoon moe is. Er zijn echter mensen die beweren dat gapen ook wordt veroorzaakt door stress of spanning. In ‘Gaap!’ staat een citaat van Charles Darwin uit 1872: “Ik heb ook opgemerkt dat er bij lichte vrees een sterke neiging bestaat om te gapen.”
Het meest opvallende is echter dat Seuntjens gapen ook koppelt aan erotiek. Geeuwen mag in bepaalde gevallen als erotisch signaal worden begrepen, zo stelt hij. Een Oostenrijker tekende ooit het volgende spreekwoord op: “Als twee personen van verschillend geslacht tegelijkertijd met elkaar geeuwen dan moeten zij elkaar graag mogen.” En de studente HoKyung Choi schreef: “Een truc uit het handboek van elk meisje: als je wilt weten of iemand geïnteresseerd is in jou, gaap dan en let op wie er teruggaapt.”
Een belangrijke aanwijzing vond Seuntjens in een publicatie van de Canadese psychiaters McLean, Forsythe en Kapkin. Zij schreven vier patiënten een antidepressivum voor en stelden dat dit medicijnen als bijwerking effect had op hun seksuele gedrag. In twee gevallen bleek er een causaal verband tussen gapen en klaarkomen. “Een vrouw kon door een geeuw op te wekken klaarkomen. Dat is toch een merkwaardig iets? Die constatering zette mij op het spoor.”
Gapen is geil
“Ik denk dat er ooit nog eens een partydrug zal komen die mensen slikken om klaar te komen. De bijwerking wordt dan de hoofdwerking.” Het verband dat hij legt tussen gapen en seks zorgde voor veel aandacht in de media. Maar krantenkoppen als “Gapen is geil” kloppen volgens Seuntjens simpelweg niet: “Zo’n kop trekt misschien de aandacht, maar gapen is meestal niet geil. In een aantal situaties heeft het met erotiek te maken, maar in de meeste gevallen juist helemaal niets.”
Veel interessanter vindt Seuntjens het mysterie van het gapen. Om een bepaalde reden wordt gapen in het openbaar eerder als not done gezien dan bijvoorbeeld niesen. En jezelf naast het geeuwen tegelijkertijd uitrekken kan helemaal niet. “Gapen wordt in veel culturen beschouwd als iets slechts”, weet hij. Een geeuw rijst op vanuit een “evil place of the heart”, zo citeert hij in zijn boek.
Er is veel bijgeloof op dit gebied. Zo zou tijdens het gapen de ziel uit je lichaam kunnen ontsnappen of kunnen demonen juist door de mond naar binnen glippen. Vandaar dat je bij het geeuwen in elk geval je hand voor je mond moet houden. “En volgens sommigen is een gaap een teken die iemand iets wil zeggen of doen wat niet kan. Je slikt dus feitelijk iets in wat je niet kunt zeggen”, stelt Seuntjens. Zo bezien kun je hele rare dingen gaan denken als je gesprekspartner zit te gapen.
Universeel taboe
“Er rust een universeel taboe op gapen. Niemand vindt het fijn als je zit te gapen. Aan de andere kant is gapen aanstekelijk. Wanneer iemand gaapt, gapen al snel anderen met hem of haar mee. En degene die mee gaapt, zou volgens sommigen weer “sympathie” hebben voor degene die als eerste gaapte. Of misschien zelfs gevoelens die nog verder gaan... Dit soort zaken maakt het bestuderen van gapen boeiend. Iedereen gaapt elke dag een paar keer. Als je weet dat daar iets achterzit, is dat interessant om over na te denken. Het geeft toch aan dat je niet helemaal de baas bent in je eigen body en mind.”
Waarmee we komen bij het grootste compliment voor de schrijver van ‘Gaap!’: “Ik hoor van veel mensen dat geeuwen na het lezen van mijn boek nooit meer hetzelfde zal zijn.”
14/10/2011 | boeken |
