Na ‘De Duistering’ en ‘Gramschap’ heeft schrijver Gerhard Hormann nu zijn derde relithriller geschreven. ‘Het Mysterie van Montalcino’ draait om een middeleeuws schilderij waarop een UFO of satelliet te zien zou zijn. Een Nederlandse journalist gaat op onderzoek uit. Zijn zoektocht brengt hem van Italië naar Nederland en vandaar naar het Amerikaanse Arizona, waar het Vaticaan in de woestijn een eigen ruimtetelescoop heeft staan. Met ‘De Plaag’, ‘Dubbel Bedrog’ en ‘Terugslag’ schreef schrijver en journalist Gerhard Hormann aanvankelijk ‘gewone’ thrillers. Na uitstapjes als een jeugdboek en een non-fictieboek over het kopen van een tweede huis, waagde hij zich in 2004 aan zijn eerste relithriller. Geen bewuste overstap, want het raamwerk voor ‘De Duistering’ had hij al geschreven voordat zijn allereerste boek verscheen. Zijn uitgever vond deze religieus getinte thriller echter niet geschikt, waarna een christelijke uitgeverij wel interesse toonde. Sindsdien geldt Hormann als christelijk schrijver, wat hem op voorhand nul sterren opleverde bij een recensie in de thrillergids van Vrij Nederland.
,,Ik was ervoor gewaarschuwd door iemand van een christelijke uitgeverij’’, vertelt Hormann. ,,Hij waarschuwde me dat dit zou gaan gebeuren. Ik schrijf op een positieve manier over religie en in de politiek correcte grachtengordel heeft men het daar niet zo op. Mijn boeken verschijnen bij een christelijke uitgever en dat is voor veel media reden genoeg om er geen aandacht aan te besteden. En dat terwijl boeken als ‘Knielen op een bed violen’ en dat van Paul Verhoeven de winkels uitvliegen. Het is ook niet terecht. Ik ben niet bekeerd of zo, ik vind het geloof alleen een interessante inspiratiebron. Een schrijver schrijft de boeken die hij moet schrijven. En ik vind het toch leuk dat ik de enige van zestien miljoen Nederlanders ben die dit soort boeken schrijft. Dat is toch anders dan het zoveelste chicklitboek.’’
De ‘gewone’ media en lezers weten hem sinds zijn overstap nauwelijks meer te vinden. Toch verkoopt Hormann nog net zoveel boeken als toen hij nog geen relithrillers schreef: ,,Het is duidelijk dat ik met deze boeken een ander publiek bereik. De ‘gewone’ lezer weet mij niet meer te vinden. De ‘gewone’ en ‘christelijke’ boekhandels zijn twee naast elkaar staande werelden. Ik verkoop meestal zo’n 2000 tot 2500 exemplaren van mijn boeken. Dat verkoopt iemand als Dan Browne waarschijnlijk in vijf minuten. Maar in de bibliotheek worden ze ook regelmatig uitgeleend, dus er zijn toch aardig wat mensen die mijn werk lezen.’’
Het heeft na ‘Gramschap’ bijna drie jaar geduurd voor deze nieuwe thriller er was.
,,Ik heb twee en half jaar aan dit boek gewerkt. Het was deze keer een zware bevalling. Ik doe het schrijven naast mijn werk als journalist en werk dus in de avonduren aan mijn boeken. Daar kwam wel eens de klad in. Avonden dat ik liever een boek ging lezen of televisie wilde kijken. Er staan ook twee keer zoveel files als toen ik mijn eerste boek schreef, dus ik ben steeds later thuis. Dan heb je soms geen zin meer om nog achter je computer te gaan zitten. Er zijn ook gewoon zoveel leukere dingen te doen. Toen het verhaal eenmaal ging lopen, ging het vanzelf sneller. Omdat ik dan zelf ook benieuwd ben hoe het gaat aflopen. Maar toen ik pas op bladzijde 35 was, van wat er meer dan 300 zijn geworden, voelde het echt alsof ik op het punt stond om op de fiets naar Mars te reizen. Zo ver nog te gaan!’’
Hoe is het idee voor ‘Het Mysterie van Montalcino’ ontstaan?
,,Tijdens de zomervakantie in Toscane had ik een boek bij me van schrijfster Isabella Dusi. Ze beschrijft daarin een kerkje in Montalcino waar een schilderij hangt waarop een UFO of satelliet te zien zou zijn. Met name mijn oudste zoon was erg nieuwsgierig en we besloten anderhalf uur in de auto te zitten en daar heen te rijden. Daar aangekomen bleek die kerk gesloten. Het jaar erna zijn we teruggekeerd, alleen had ik toen vooraf contact gezocht met de schrijfster. Zij bleek de sleutel van die kerk te bezitten en heeft ons binnengelaten.’’
,,Dat uitgangspunt fascineerde mij, dat een schilder iets geschilderd zou hebben wat hij nooit heeft kunnen zien. De eerste satellieten zijn pas 500 jaar na zijn dood gebouwd. Dat schilderij in een vervallen kerkje, daar is het mee begonnen. Vervolgens ben ik op internet gaan zoeken en kwam er onder meer achter dat het Vaticaan een ruimtetelescoop heeft in de woestijn van Arizona. Ook kwam ik een interview tegen met iemand van het Vaticaan over UFO’s. Voor mijn werk interviewde ik de beheerder van de sterrenwacht in Dordrecht en iemand die alles weet over vliegende schotels. Gaandeweg raakte dat alles met elkaar vervlochten en ontstond het beeld zoals het boek moest worden.’’
Op het schilderij in Montalcino zou een UFO staan. Geloof je zelf in vliegende schotels?
,,Ik heb wel eens gedacht dat we er eentje zagen. We zijn toen zelfs op de vluchtstrook gestopt om te kijken. Uiteindelijk waren het volgens mij lichten van een discotheek, maar het leek alsof het iets buitenaards was. Ook dachten we dat het met ons meeging. Ik kan me goed voorstellen dat mensen dat soort dingen denken te zien. Maar als je me vraagt: geloof je in vliegende schotels van buitenaardse wezens? Nee. Maar ik vind het wel fascinerend om met dat idee te spelen. Er zijn genoeg mensen die er heilig in geloven. Ik heb een man geïnterviewd die heel erg met UFO’s en vliegende schotels bezig is. Hij heeft een enorme kast vol boeken en dvd’s en weet alles over dat onderwerp. Hij is als personage in het boek terechtgekomen.’’
Hij is niet de enige persoon die als personage het boek heeft gehaald. Wat vinden die mensen ervan dat ze in het boek worden opgevoerd?
,,Mensen komen op je pad, of dat nou toeval is of niet. De soldaat die ik sprak voelde zich zeer vereerd dat zijn verhaal in een boek terecht is gekomen, maar die anderen weten het nog niet eens. Zoals de beheerder van de sterrenwacht in Dordrecht en die man die alles over UFO’s weet. Vooral die beheerder is heel belangrijk geweest voor dit boek. Ik heb hem een aantal keer gesproken en zonder hem was het boek wellicht niet eens afgekomen. Ik ga hem ook zeker nog een exemplaar brengen. Ik denk niet dat hij het vervelend vindt dat ik zijn verhaal heb gebruikt. Die andere man gaat dood in het boek, dus die vindt het wellicht minder leuk. Maar vaak vinden mensen het juist geweldig als hun naam in een boek wordt genoemd. Sommigen vragen mij wel eens of ik hun naam niet kan gebruiken. Ik heb de meeste namen in het boek overigens wel iets veranderd.’’
Opvallend in het boek is de passage die zich afspeelt in Irak. Hoe is die soldaat in het boek terechtgekomen?
,,Ik wilde iets met Irak doen, met de recente geschiedenis. En ik wilde mijn mening kwijt over die oorlog. Ik liep al langer met het idee te schrijven over een soldaat die in een hinderlaag loopt en als enige die aanslag overleeft. Die scène zag ik als een filmbeeld voor me. Ik vond alleen dat ik dan wel moest praten met iemand die daar heeft gezeten. Dat bleek geen enkel probleem, want iedereen lijkt wel iemand te kennen die er is geweest. Het verhaal in het boek is precies zoals het in het kamp van die soldaat was. Een realistisch beeld van de werkelijkheid dus.’’
,,Ik vind research net zo leuk als het schrijven. Je ontdekt onderweg zoveel verrassende dingen. Zo vertelde die soldaat dingen die ik anders nooit had kunnen bedenken. Zoals dat soldaten in Irak als ze er net zijn allemaal de kamelen die daar lopen op de foto zetten. Als ze er dan eenmaal een paar weken zijn, is het al heel normaal dat je een kameel ziet en kijkt niemand er nog naar. Als journalist doe je ook veel research. Wat dat betreft voel ik me meer een journalist die ook boeken schrijft, dan een schrijver die als journalist zijn geld verdient.’’
‘Het Mysterie van Montalcino’ is een relithriller...
,,Die benaming wordt te pas en te onpas gebruikt, veel boeken krijgen dat stempel. Het gaat bij mij over religie, maar ik trek wel andere conclusies. Ik vind het interessanter om er vanuit te gaan dat het allemaal waar is, dat dit bewezen zou kunnen worden en wat daar dan de gevolgen van zouden kunnen zijn.’’
Je boeken verschijnen bij een christelijke uitgever. Beperkt dat je bij het schrijven omdat bepaalde dingen niet kunnen of mogen?
,,Er mag niet gevloekt worden en mensen mogen niet iets met elkaar hebben als ze niet getrouwd zijn. Maar verder valt het wel mee. Ik denk dat ik wat dat betreft nog de meest tolerante uitgever heb. Er worden in dit boek meer mensen vermoord dan in al mijn andere boeken bij elkaar en zo zijn er meer dingen. Ik mag over George Bush zeggen wat ik wil en mijn mening geven over de oorlog in Irak. Ze zijn dus wel soepel. Ik vind het niet eens erg om geen vloeken te gebruiken. Wel is het zo dat het feit dat je bij een christelijke uitgever verschijnt, mensen op het verkeerde been kan zetten. Het is hetzelfde als met een televisieprogramma. Als het door de EO wordt uitgezonden kijken bepaalde mensen niet, terwijl ze dat wel doen als hetzelfde programma bij de VARA te zien zou zijn.’’
Het is alweer jouw negende boek. Toch is het van een echte doorbraak nog niet gekomen. Terwijl recensenten over het algemeen positief over jouw werk schrijven.
,,Ik voel me soms een liedjesschrijver wiens liedjes nooit op de radio te horen zijn. Op de een of andere manier ben ik inderdaad nooit doorgebroken. Waarom weet ik niet. Mijn boeken worden meestal goed ontvangen. Ik denk ook dat mensen die ‘De DaVinci Code’ goed vinden, dit boek zullen waarderen. Het is een vicieuze cirkel. Maar als het me echt wat kon schelen, was ik wel na twee boeken gestopt. Ik schrijf gewoon door omdat het moet. Een schrijver schrijft nu eenmaal.’’
Wordt het volgende boek weer een relithriller of stap je wellicht over op ‘gewone’ thrillers? Al is het maar om dat ‘gewone’ publiek te bereiken.
,,Ik sprak een ‘gewone’ uitgever die ‘Het Mysterie van Montalcino’ best had willen uitgeven, dus ik bedoel maar. Ik heb nu drie relithrillers geschreven, maar ik weet niet of de volgende dat ook weer wordt. Ik ga nu eerst een half jaar niks doen en daarna zien we wel. Mocht ik morgen een goed idee tegenkomen, dan begin ik overigens meteen met schrijven.’’
Ook ‘Het Mysterie van Montalcino’ begint weer met een citaat van je vader, die dominee was.
,,Klopt. Het is duidelijk dat ik deze boeken voor hem heb geschreven. Mijn vader zou trots zijn. Eigenlijk is dat ook genoeg. Elke keer als ik een boek af had, was daar een plechtig moment. Dan pakte ik de schriften erbij met preken van mijn vader en zocht naar een passend citaat voor in het boek. Wellicht heb ik die relithrillers daarvoor geschreven. Zo simpel is het misschien wel.’’
15/10/2011 | boeken |
