Ergens in ‘Elizabethtown’ pakt een van de hoofdpersonen een koffer in. Bovenop de baggage ligt de cd ‘Love is hell’ van Ryan Adams. Regisseur Cameron Crowe is duidelijk fan van het werk van deze Amerikaanse singer/songwriter, want ‘Elizabethtown’ bevat drie nummers van Ryan Adams. Daarnaast zijn nog zo’n dertig andere songs in dit bijzondere feelgood-sprookje te horen.Verwonderlijk is dit overigens niet, want Cameron Crowe werkte jarenlang als muziekverslaggever voor het befaamde magazine Rolling Stone. Muziek is een onmisbaar onderdeel van zijn leven. Crowe is getrouwd met zangeres Nancy Wilson van popgroep Heart en ook in zijn films speelt popmuziek altijd een belangrijke rol. Zo was ‘Almost Famous’ gebaseerd op zijn ervaringen als verslaggever en zit ook in zijn andere filmwerk (‘Jerry Maguire‘, ‘Vanilla Sky’, ‘Singles’) veel muziek.
Ook zijn meest recente film, ‘Elizabethtown’ met in de hoofdrollen Orlando Bloom en Kirsten Dunst, zit boordevol muziek. Zo ongeveer elke scčne wordt ‘versierd’ met een song. Een enkel herkenbaar nummer, maar veelal minder bekend werk. Op het eerste gezicht lijken meer dan dertig songs in een film van dik twee uur wellicht een beetje te veel van het goede, maar Cameron Crowe heeft de muziek met zorg uitgezocht. Nergens gaan de songs overheersen of irriteren. Wat opvalt, is dat verhaal, beeld, personages en muziek een onlosmakelijk geheel zijn. En samen vormen deze elementen bovendien een van de leukste films van het jaar.
Orlando Bloom speelt de succesvolle schoenenontwerper Drew Baylor, die werkt voor een sportschoenengigant. Alles in zijn leven draait om zijn werk. Aan het begin van de film staat zijn wereld op instorten. Een door hem ontworpen sportschoen blijkt niet te deugen. Het bedrijf lijdt daardoor een financiële strop van 972 miljoen dollar. En dat zou je voor het gemak kunnen afronden op één miljard dollar, wrijft zijn baas er subtiel in voordat hij Drew op straat zet. Als hij op het punt staat om zelfmoord te plegen, krijgt Drew een telefoontje dat zijn vader is overleden. Zijn moeder en zus vragen hem om zijn vader in Elizabethtown op te halen.
In het vliegtuig blijkt hij de enige passagier in de tweede klas. Stewardess Claire (Kirsten Dunst) biedt hem vervolgens aan om in de eerste klas plaats te nemen. Ook daar blijft ze hem aandacht geven en vragen stellen. Drew heeft daar eigenlijk geen zin in, maar voelt zich op de een of andere manier toch tot haar aangetrokken. Als ze op het vliegveld afscheid nemen, blijkt ze haar telefoonnummer achterop de routebeschrijving te hebben geschreven. Nadat hij in Elizabethtown heeft kennisgemaakt met zijn familie, besluit hij ’s avonds laat om Claire te bellen. Het eerste, bijna eeuwig durende telefoongesprek blijkt het begin van een bijzondere vriendschap.
‘Elizabethtown’ is een feelgood-sprookje, maar wel een die bepaald niet dertien in een dozijn is. Telkens wanneer je denkt dat de film naar een bepaald punt toewerkt, komt Crowe met een aparte wending. Hij heeft daarbij geen boodschap aan wat het publiek misschien wel of niet verwacht en gaat absurde gebeurtenissen niet uit de weg. Zo hangen Drew en Claire de eerste keer letterlijk de hele nacht met elkaar aan de telefoon, rijden ze al bellend naar elkaar toe en besluiten ze, na de zonsopgang twee tellen te hebben aangeschouwd, alweer ieder hun eigen weg te gaan. En altijd is daar de muziek die kleur geeft aan de film en het leven.
Drew is een ambitieuze work-a-holic die dankzij de prettig gestoorde Claire gaat inzien dat er meer is in het leven dan werk. Klinkt klef, maar dat is het in ‘Elizabethtown’ absoluut niet. En als het dan toch te serieus of klef dreigt te worden, laat Crowe de moeder van Drew een tapdansje uitvoeren tijdens een herdenkingsbijeenkomst, richt een rockband op datzelfde feest een vuurzee aan of laat een blind familielid de lege kist van Drew’s vader letterlijk met een klap in zijn laatste rustplaats neerkomen. Om nog maar te zwijgen over het gekke bruidspaar dat het hotel waar Drew verblijft, heeft afgehuurd voor een megabruiloft.
En altijd is er Claire die op de meest aparte momenten het beeld inwandelt en zich met alles en iedereen bemoeit. Het is daarom Kirsten Dunst die de show steelt in deze film, al laat ook Orlando Bloom zien dat hij meer in zich heeft dan spelen in spektakelproducties. Hoogtepunt van de film is de breed uitgemeten autotrip dwars door het typisch Amerikaanse landschap. Bladerend in de speciale knipselrouteplanner (uiteraard met cd’s vol bijpassende muziek) die Claire heeft gemaakt, rijdt Drew met geopende ogen de toekomst tegemoet. ‘Elizabethtown’ is een heerlijke en absurde film. Zo’n productie waarvoor het woord feelgood-film is uitgevonden. En in dit geval is dat zeker niet negatief bedoeld.
27/1/2012 | film |