Met zijn nieuwe DVD “Zien” vestigde Marco Borsato opnieuw een record. In de voorverkoop was het album al drie keer platina. Het was het zoveelste record dat door de immens populaire zanger werd verbroken sinds zijn eerste Nederlandstalige hit ‘Dromen zijn bedrog’ uit 1994. Aan de vooravond van zijn serie concerten in het Antwerpse Sportpaleis (10) en de Rotterdamse Kuip (6) maakte Marco Borsato tijd voor een exclusief interview met Straatmagazine. Een gesprek over kritiek op de DVD, platgetreden paden en zijn inzet voor War Child.Onlangs verscheen je nieuwe album ‘Zien’. Niet op cd maar alleen op DVD..
‘Ik heb me gerealiseerd dat de cd in moeilijk vaarwater zit. Niet dat er minder naar muziek geluisterd wordt, dat is eerder toegenomen. Het is meer de manier waarop. Veel mensen downloaden hun muziek van internet en kijken naar DVD’s. Ook de mobiele telefoon wordt steeds belangrijker voor het luisteren naar muziek. Als artiest moet je meegroeien en ik vond de DVD op dit moment de meest geschikte drager voor mijn muziek. Ik zeg niet dat het voor iedereen de meest ideale oplossing is, maar voor mij was het ideaal omdat je met beeld een dimensie toevoegt aan de muziek en omdat het surroundgeluid van een DVD kwalitatief heel erg goed is. Het leek een onmogelijke opgave, maar gezien de verkoopaantallen heeft het publiek er waardering voor. En dat duidt erop dat ze er kennelijk klaar voor waren.’
Maar er is ook kritiek van je fans. De meest curieuze is wel dat de DVD moeilijker te kopiëren zou zijn.
‘Dat is inderdaad een vreemd argument. Als een jongen thuiskomt met een kopie van een cd, zegt zijn vader wellicht: maak er voor mij ook een. Als diezelfde jongen thuiskomt en zegt: ik heb een cd uit de winkel gestolen, zegt die vader volgens mij niet: jat er voor mij ook een. Terwijl je in feite exact hetzelfde doet. Ik heb me vooraf wel gerealiseerd dat je de hete kolen uit het vuur moet halen als je vernieuwend bezig bent. Natuurlijk raakt de kritiek me, maar ik had er rekening mee gehouden. Eerlijk gezegd is het me achteraf zelfs meegevallen. De reacties van de fans zijn overweldigend. Ik peil dat elke dag aan de hand van internet. Het is overigens wel een kostbaar project en dat moet toch in Nederland en België worden terugverdiend, terwijl internationale artiesten een veel groter afzetgebied hebben.’
Je staat aan de vooravond van een monsterreeks concerten. In mei en juni geef je tien concerten in het Sportpaleis van Antwerpen en zes in de Rotterdamse Kuip.
‘Een fantastische uitdaging. Als je op dit niveau muziek mag maken, dan is je ultieme jongensdroom om succesvol te zijn en voor zoveel mensen te spelen. In een maand tijd komen een half miljoen mensen kijken. Dat is toch het mooiste compliment dat je als artiest kunt krijgen. Daar moet je van genieten en zorgen dat je zo goed mogelijk je muziek kunt etaleren. Daar ben ik nu dag en nacht mee bezig. Dat betekent fit worden, fysiek en mentaal in conditie raken, de show voorbereiden. De show is bij mij overigens nooit belangrijker dan de muziek. Can Can danseressen zul je bij mij niet snel zien, dat leidt in mijn ogen af van waar het muzikaal om gaat. Muziek blijft het belangrijkste, maar ik ben - zeker na de drie Kuipconcerten in 2002 - toch verplicht om er weer iets spectaculairs van te maken. En daar heb ik ontzettend veel zin in. De Kuip is toch het allermooiste poppodium van Nederland. Als je daar een keer mag staan... Ik heb er nu al drie keer gestaan en straks weer zes keer.’
De kaarten voor de concerten in de Kuip waren binnen mum van tijd uitverkocht. Wat doet dat met je?
‘Er werden 36 kaarten per seconde verkocht, dat is bizar! Je kunt je niet voorstellen hoeveel dat is. Als je de vorige keer de Kuip gezien hebt… Dat was zo intens warm. Een samenkomst van al die liefhebbers van Nederlandstalige muziek. Daar werd op muzikaal niveau op de toppen van ons kunnen gepresteerd. De mensen die er toen waren, wilden er nu weer bij zijn. En die er niet waren, dachten: ik moet zorgen dat ik er nu wel bij ben. Het is ontzettend mooi en warm om te zien dat zo veel mensen je de moeite waard vinden om naar je te luisteren. Dat is het mooiste compliment dat je kunt krijgen.’
‘Ik heb overigens zelf geroepen laten we het bij zes houden. Met Antwerpen erbij zijn dat zestien concerten en de bezoekers van show nummer zestien willen ook een volwaardige Marco zien, die fysiek en mentaal in staat is om die show te doen. Dit was voor mij fysiek het meest haalbare, want er zit wel een grens aan. Je moet niet het risico nemen dat honderdduizend mensen straks een half gammele Marco zien. Het gaat om de kwaliteit, niet om de kwantiteit. Ik wil mijn eigen kwaliteitsnorm halen. De voldoening zit in het feit dat ik doe wat ik doe. Het mooiste vak ter wereld kan ik uitoefenen op een niveau waar je alleen maar van kunt dromen, dan ben je een gelukkig mens. Je wordt er niet gelukkiger van als je 600.000 in plaats van 500.000 cd’s verkoopt. Waar ik gelukkig van word is dat ik kan doen wat ik doe en met de mensen waarmee ik dat wil doen.’
Wanneer je jouw biografie leest is dat een aaneenschakeling van successen en records.
‘Het is inderdaad een grote zegetocht geweest. En het houdt nog steeds niet op. Ik heb nu mijn zevende nummer één hit, de best verkochte DVD aller tijden, alle theatertours die ik ooit heb gedaan waren uitverkocht, concerten in Ahoy’ en de Kuip…’
Is er eigenlijk een prijs die je nog niet gewonnen hebt?
‘Haha, ik zou er geen één weten. Eigenlijk bizar, als je die optelsom maakt. Ik sta er niet elke dag bij stil natuurlijk, maar laatst vroeg iemand mij hoeveel Edisons ik heb gewonnen. Toen moest ik eerst even tellen. Het is bijna niet te bevatten.’
Je bent je carrière ooit begonnen in de Soundmixshow, een beetje te vergelijken met Idols nu. Wat vind je van dat programma?
‘We kennen nu alleen nog maar Hind, Jim en Jamai, maar hoe dat op de lange termijn gaat, weten we nog niet. De Soundmixshow was nooit bedoeld om daar sterren uit te halen. Het was vooral een amusementsprogramma. Er zijn ook relatief weinig mensen van overgebleven. Zo is Idols ook een muziekprogramma, waarbij het niet de opzet is om de muziekscene op z’n kop te zetten. De idols die eruit voortkomen worden echter zo snel gebracht, dat je je wel moet realiseren dat het voor die mensen lastig is om dat niveau vast te houden. Die worden zo hoog in de markt gezet dat ze al sterren zijn voordat ze gepokt en gemazeld zijn. Je kan bijna alleen nog maar vallen. Dat realiseert iedereen zich ook wel en ik hoop dat die mensen wel goed begeleid worden. Dat is ook de reden waarom ik een workshop heb gegeven heb bij Idols. Als je succes hebt, begint die lange weg pas. Het is moeilijker om vast te houden dan om er te komen. Maar Idols is wel een fantastisch programma om naar te kijken. Ik zie lang niet alles, maar zo’n Boris zou wel eens een blijvertje kunnen zijn.’
Naast je successen als muzikant, ben je ook bekend als ambassadeur voor War Child. Ben je een goede doelen-mens?
‘War Child maakt zich sterk voor kinderen in oorlogsgebieden. Een van de middelen die ze daarbij gebruiken is muziek. Dat sprak mij natuurlijk ontzettend aan toen ze me zes jaar geleden vroegen. Ik ben ambassadeur geworden zodat ik me er echt in kon verdiepen. Inmiddels is mijn werk voor War Child een van de grootste passies en drijfveren van mijn leven geworden. Dat is verweven in alles wat ik doe. Toen ik zag hoeveel je voor die kinderen kunt doen met zo weinig geld, vond ik dat ik dat aan Nederland moest laten zien. Iedereen denkt: wat kan ik nou doen? Nou heel veel dus. Met vijf euro kun je al zoveel doen. War Child maakt het verschil in de levens van honderdduizenden kinderen. Als je zelf kinderen hebt, weet je hoe kwetsbaar ze kunnen zijn. Die kinderen in oorlogsgebieden hebben de pech dat ze op het verkeerde moment op de verkeerde plek zijn geboren.’
Je vraagt niet alleen aandacht voor War Child, maar gaat ook zelf naar oorlogsgebieden toe.
‘Ja, omdat ik het belangrijk vind om zelf te zien wat er waar gebeurt. En ik wil dat ook aan Nederland laten zien. Op al die reizen maken we documentaires, zodat we kunnen tonen wat er met het geld gebeurt. En War Child biedt heel specifieke hulp. Veel mensen denken dat honger opgelost is met brood en medicijnen, maar die kinderen zitten nog steeds in een vluchtelingenkamp. Ze hebben de meeste gruwelijke dingen gezien en als je daar niets mee doet, raakt dat kind zo gefrustreerd. Dus je moet die kinderen daarmee leren omgaan.’
Die reizen moeten wel een enorme indruk op je maken. Hoe ga je daarmee om?
‘Natuurlijk zijn die reizen emotioneel en ik kom wel eens aangeslagen terug. Maar ik voel me niet machteloos. Je ziet een probleem wel, maar we gaan er ook wat aan doen. Dat geeft mij minimaal net zoveel voldoening als al die prijzen. En als ik moest kiezen, heb ik liever het werk voor War Child dan al die Edisons bij elkaar opgeteld. Want dat is het echte leven. Al kan ik dat werk voor War Child doen omdat ik succesvol ben ik mijn vak, dat realiseer ik mezelf ook wel.’
Straatmagazine, 3 april 2004
5/1/2012 | muziek |