Actrice Angela Schijf leert nog steeds bij

In ’Glazen Speelgoed’ speelt Angela Schijf alweer haar derde grote rol op het toneel. In april is ze bovendien te zien in haar derde speelfilm, de verfilming van Kees van Beijnums roman ’De Ordening’. Ondanks haar uitgebreide cv, leert ze nog steeds bij. Zelf ziet ze de afgelopen jaren als een soort toneelschool: ,,Het verschil is alleen dat iedereen bij mij kon meekijken.’’

Angela Schijf begon haar carrière in de televisiesoap ’Goede Tijden, Slechte Tijden’. Na een paar seizoenen hield ze het voor gezien, omdat ze verder wilde leren. ,,Omdat ik geen toneelschool heb gedaan, besefte ik dat ik hard moest werken om verder te komen. Ik nam me voor om binnen vijf jaar een keer op het toneel te hebben gestaan en in een film te hebben gespeeld. Een jaar later ging ’42nd Street’ in première en had ik ’Ik ook van jou’ gemaakt. Dat gebeurde gewoon, maar later heb ik wel gedacht: het is zo rap gegaan. Aan de andere kant heb ik er wel hard voor gewerkt.’’
Naast toneel (’42nd Street’ en ’Momenten van geluk’) en film (’Ik ook van jou’ en ’Van God los’) was ze te zien in de televisieseries ’Babes’ en ’Meiden van de Wit’. ,,Ik ben heel gelukkig met alle kansen die ik heb gekregen, want van al die rollen heb ik veel geleerd. Alles bij elkaar was dat een soort toneelschool voor mij. Het nadeel was dat alles zich in het openbaar afspeelde. Op school kun je binnen vier muren heerlijk experimenteren. Ik leerde van alle rollen die ik heb gespeeld, maar er was altijd publiek dat meekeek en er werd over geschreven.’’
Wat sommige mensen ook over soaps zeggen, voor Angela Schijf was ’GTST’ een goede leerschool. Hetzelfde geldt dus voor de producties die ze na ’GTST’deed. ,,Spijt heb ik nooit gehad van dingen die ik heb gedaan, al zijn er zeker dingen die ik nu niet meer zou doen. Zoals in een leren pakje opengetrokken tot mijn navel poseren voor een of ander blad. Toen ik zestien was deed ik dat wel als iemand dat vroeg. Nu zeg ik gewoon ’nee’. Ik voel me daar niet prettig meer bij. Ik wil gewoon serieus genomen worden, omdat ik mezelf en mijn vak ook serieus neem.’’
Daarom koos ze er vorig jaar voor om met regisseur Pieter Kuijpers het veelgeprezen ’Van God los’ te maken. ,,Die film heb ik echt gedaan uit liefde voor het vak. Op zo’n moment voel je gewoon dat je een pareltje in handen hebt.’’ Ze zegt nog heel erg een goede regisseur nodig te hebben om tot prestaties te komen. En Pieter Kuijpers is iemand die precies uit haar krijgt wat hij wil zien. ,,Ik heb onlangs de telefilm ’De Ordening’ met hem gemaakt. Een prachtige film, ook bijzonder omdat ik voor het eerst een jonge vrouw speel in plaats van een meisje.’’
In ’Glazen Speelgoed’, een toneelklassieker van Tennessee Williams, speelt ze nog wel een meisje. Ze woont met haar moeder en broer, maar trekt zich graag terug in haar eigen wereld. ,,Ze is mank en draagt een brace om haar been. Zelf vind ik dat niet de ergste handicap van dat meisje. Ik geloof dat dat er is ingeschreven om iets tastbaars te hebben voor de aard waarom dat meisje zo in zichzelf gekeerd is, een dromer. Zij ziet haar handicap ook niet als haar vijand, eerder als vriend. Iets waar ze dingen op kan afschuiven, als ze ergens geen zin in heeft.’’ Haar medespelers in ’Glazen Speelgoed’ zijn Anne Wil Blankers, Victor Löw en Marcel Hensema.
,,Waar ’Glazen Speelgoed’ over gaat is moeilijk samen te vatten, het is een veelomvattend stuk. Het gaat over een familie, mensen die zielsveel van elkaar houden, maar toch op de vlucht willen voor iets. Het meisje dat ik speel heeft haar eigen hoekje met een kast vol glazen speelgoeddiertjes. Als dat er maar is, is het wat haar betreft goed. Zij heeft geen behoefte aan een man en toch komt haar moeder er met een aanzetten. Of er een boodschap in zit, moet iedereen maar voor zichzelf bepalen. Al denk ik wel dat we mensen met een bepaald gevoel de zaal uitsturen.’’
Ze werkt veelal in Nederland, maar wonen doet Angela sinds een paar jaar in Antwerpen met haar man, de Belgische acteur Tom Van Landuyt. Hoewel het haar tot nu toe behoorlijk heeft meegezeten, is ze niet bang voor het moment waarop haar even geen nieuwe rollen worden aangeboden. En mocht dat zo zijn, dan zou ze bijvoorbeeld best een tijdje in de horeca willen werken. ,,Ik werk met veel mensen die dat ooit gedaan hebben, dus ik zou dat best willen proberen. En in Antwerpen ben ik toch niet zo bekend. Maar een maandje is genoeg hoor’’, voegt ze daar lachend aan toe. ,,Ik zou dat alleen leuk vinden als ik weet dat ik een maand later weer ergens op een podium of voor een camera sta te schitteren.’’

Maasstad Weekbladen 3 maart 2004

15/10/2011 | theater |