Jeugdtheater Hofplein bestaat twintig jaar

In twintig jaar is Jeugdtheater Hofplein uitgegroeid tot een begrip. Begonnen met 44 leerlingen in een vervallen theater, trekken de voorstellingen inmiddels 80 tot 90 duizend bezoekers per jaar en volgen zo’n 3500 leerlingen lessen. De een in z’n vrije tijd, de ander op de MBO Theaterschool of de Theater Havo. Volgens initiatiefnemer en directeur Louis Lemaire zal Jeugdtheater Hofplein zich blijven ontwikkelen: ,,We zijn twintig jaar oud. Wat is dat nou? Het is nog maar net begonnen.’’

Een dag na de fatale brand van 21 juli 1999 liep Marlou Stolk samen met Jaco van der Molen en iemand van het bestuur van Jeugdtheater Hofplein door hun theater. ,,Het was er doodstil’’, weet Marlou zich nog te herinneren. ,,We liepen door de foyer. Het was heel donker en je stapte elke keer op dingen die van het plafond gevallen waren. Die sfeer, die vergeet ik nooit meer. De zaal leek mee te vallen, maar bij nadere bestudering was er veel roet- en waterschade. We zagen het decor van ‘Assepoester’, de voorstelling die we na de zomer zouden spelen. Zoals vrijwel alles.’’
Louis Lemaire, een van de oprichters en de huidige directeur van Jeugdtheater Hofplein, genoot op dat moment met zijn vrouw en kinderen van een vakantie in Thailand. Toen hij een telefoontje kreeg, dacht Lemaire dat hij in de maling werd genomen. ,,Het theater afgebrand, dat kan toch helemaal niet. Ze zeiden meteen: blijf nog maar veertien dagen daar, want je zal het komend jaar keihard moeten werken. Maar mijn vakantiegevoel was helemaal verdwenen.’’ De brand, ontstaan door kortsluiting in een waarschuwingsbordje van de brandweer, legde het theater in as. Daarnaast werden decorstukken, kostuums en vele andere spullen verwoest.
Maar zelfs op dat moment wist Marlou Stolk dat het goed zou komen. ,,Ik ben niet de enige met hart voor het bedrijf’’, weet zij. ,,Met z’n allen hebben we keihard gewerkt om alles weer op de rails te krijgen.’’ Bij Louis en Christine Lemaire thuis in de keuken werden de eerste plannen gemaakt voor de doorstart van Jeugdtheater Hofplein. Lemaire: ,,We waren alles kwijt, maar toch hadden we zoiets van: we gaan aan het werk. Alles werd gedaan om de voorstellingen van ‘Assepoester’ toch door te laten gaan. Ondertussen werd gewerkt aan de herbouw van ons theater. We hebben drie jaar lang naast een toneelbedrijf ook een aannemersbedrijf gehad.’’
Jeugdtheater Hofplein leerde volgens Lemaire in deze periode zijn vrienden kennen. ,,En we bleken heel wat vrienden te hebben’’, blikt hij tevreden terug. ,,Loes Luca die een speciale voorstelling speelde van ‘Ja Zuster, Nee Zuster’ met het ro theater. De kaarten kostten honderd gulden. En zo waren er meer initiatieven. Ook de gemeente heeft ons heel erg gesteund.’’ In een voormalig gokpaleis konden de voorstellingen doorgaan en op verschillende locaties in de stad gingen de lessen door.

Jeugdtheatergroep
Toen de vlammen om zich heensloegen, was Jeugdtheater Hofplein inmiddels een begrip in de Rotterdamse en landelijke theaterwereld. Begonnen in 1985 met 44 leerlingen waren er op dat moment al zo’n 2000 leerlingen op de jeugdtheaterschool. Ook werden jaarlijks met veel succes twee grote producties opgevoerd. Het begon halverwege de jaren tachtig met een verzoek aan de gemeente van Louis Lemaire namens jeugdtheatergroep Zie zo: ,,Ik vroeg of er geen klaslokaal of gymzaaltje hadden waar wij konden repeteren. Ze kwamen met het oude Hofpleintheater op de proppen: ‘Als jij daar nu eens iets met kinderen en jongeren zou beginnen’.’’
Lemaire, en de andere initiatiefnemers Christine Lemaire, Hanny Kleinjan en Perkyn Spiekerman, moest er even over nadenken, maar in november 1985 opende het vernieuwde Hofpleintheater zijn deuren. ,,Ons doel was goede lessen geven en voorstellingen maken voor en door kinderen. We begonnen met 44 leerlingen, maar na een tweede oproep meldden zich nog eens 144 leerlingen aan. Vanaf dat moment zijn we steeds groter gegroeid. Met onze theatergroep toerden we in het buitenland en het geld dat we verdienden stopten we in het theater. We groeiden bovendien zo hard dat ik al snel allerlei vrienden uit de theaterwereld moest vragen om ons te helpen.’’
,,Ik werkte al sinds 1967 voor en met kinderen en dat vond ik zo leuk om te doen’’, verklaart Lemaire zijn keuze voor het jeugdtheater. ,,Wat me aanspreekt in kinderen is de enorme energie die ze hebben. Er met de volle honderd procent voor gaan en vol overgave en liefde werken. Ik heb er bewust voor gekozen om met kinderen te werken en dat geldt voor alle mensen die hier werkzaam zijn. We waren de eerste jeugdtheaterschool en ons initiatief heeft nadien veel navolging gekregen in de rest van het land. Maar we zijn nog steeds de grootste.’’

Schuifdeuren
Marlou Stolk was een van de eerste leerlingen van Jeugdtheater Hofplein. ,,Ik speelde op de basisschool al toneel en wilde daar graag mee verder. Mijn moeder zag een advertentie van Jeugdtheater Hofplein in de krant staan en ik meldde op tienjarige leeftijd me aan. We kregen les in de foyer van het theater aan de Benthemstraat. Middenin de foyer hingen schuifdeuren, waarmee de ruimte in tweeën werd gedeeld. Aan beide kanten van de deuren werd les gegeven. Na mijn eerste jaar werd ik tijdens de zomer gebeld of ik mee wilde doen aan de komende kerstproductie ‘Beestje’, gebaseerd op het boek van Joke van Leeuwen.’’
,,Het was intiem en bijzonder’’, herinnert zij zich de sfeer van destijds. ,,Dat je als kind in zo’n voorstelling zat, dat voelde heel bijzonder. Alles was nieuw en dat beïnvloedde de sfeer. Als je mee mocht doen aan een productie voelde je je echt uitverkoren. Of als je mee mocht naar Londen voor een uitwisseling. De opleiding telde misschien zeventig leerlingen en hooguit tien docenten.’’ Tijdens haar studie logopedie liep Marlou stage bij Hofplein en na haar studie ging ze er fulltime aan de slag. Nog steeds geeft ze spelles op de jeugdtheaterschool, lessen regie en teamwork op de MBO Theaterschool en maakt één keer per jaar een productie.
,,Er zijn veel oud leerlingen die voor ons willen werken en dat is toch een compliment’’, vindt Louis Lemaire. ,,Zo is er een groep oud leerlingen die nu stukken voor ons aan het schrijven zijn. En ik schat dat inmiddels zo’n tachtig oud Hofpleiners werkzaam zijn in het vak. Wat mensen hier leren daar hebben ze profijt van in de rest van hun leven. Ik hoor oud leerlingen vaak zeggen: hier ben ik zelfstandig geworden en heb ik mijn talent ontwikkeld.’’ De onderlinge band bij het jeugdtheater is volgens Marlou Stolk altijd hecht geweest: ,,Net als vroeger ontstaan hier nog steeds veel vriendschappen en liefdes. Je doet ook iets wat je heel erg leuk vindt. Dat is een passie die iedereen hier met elkaar deelt, waardoor je naar elkaar toetrekt.’’

Positieve beleving
Veel jongeren zien Jeugdtheater Hofplein volgens Lemaire als een veilig tweede huis: ,,Het is hun theater en het is natuurlijk fantastisch om op het toneel te staan. Wij zorgen er ook voor dat ze er succes mee hebben. Wij willen jongeren een positieve beleving in de kunst geven. Genieten van de schoonheid van de theaterkunst. Ook bij de medewerkers merk je de hechte band. We werken hier met een grote groep echt getalenteerde mensen. Op maandag zijn de meeste mensen officieel vrij, maar als je dan in het theater bent kom je toch een heleboel mensen tegen.’’
,,We hebben altijd keihard moeten werken voor weinig geld. We zijn nog steeds een arme instelling, maar rijk aan talent, aanbod en publiek. We hebben een zaalbezetting van 80, 90 procent en verdienen 65 procent van ons geld zelf. De mensen die hier werken maken weken van 60 tot 80 uur voor een laag salaris en vinden dat heel gewoon. Het is jammer dat we daar na twintig jaar nog steeds misbruik van moeten maken. Daar moet eens een eind aan komen. Of dat ooit gebeurt? Ik ben optimistisch, altijd. Als we geld nodig hebben, doe ik daar ontzettend mijn best voor. Maar ik klop pas aan als het echt nodig is en heb nog nooit en dubbeltje te veel gevraagd.’’
,,Bij Jeugdtheater Hofplein staat alles in teken van kwaliteit’’, weet Marlou Stolk. ,,Met weinig geld veel voor elkaar krijgen. Ik heb nog steeds veel ontzag voor de mensen die achter de schermen werken als je ziet wat ze allemaal voor elkaar krijgen. Ook heb ik ervaren dat spel, dans en zang gaandeweg steeds beter zijn geworden. Dat komt deels doordat we met steeds betere mensen zijn gaan werken.’’ Louis Lemaire is zonder twijfel Mister Hofplein. Toch maakt hij zich geen zorgen over de toekomst, als hij ooit vertrekt: ,,Dat duurt nog een hele tijd hoor, want ik blijf nog wel even. Ik word volgend jaar 65, maar ik ben nog niet van plan om ermee op te houden.
Het jubileum mag dan groots gevierd worden, er komt volgens Lemaire nog een heleboel moois aan. ,,Het is goed om met enige regelmaat een feestje te vieren. En twintig jaar, dat is nogal wat. Wie had dit gedacht toen we twintig jaar geleden begonnen. Met z’n vieren, met 44 leerlingen in een totaal verwaarloosd theater. Nu hebben we 3500 leerlingen, 120 medewerkers en 80 tot 90 duizend bezoekers. En dan vergeet ik nog een heleboel. Maar we zijn pas twintig jaar oud, wat is dat nou? Het is net begonnen. Feestjes zijn leuk, maar we maken het ’s avonds niet te laat. De volgende dag moet er ’s ochtends immers alweer gewerkt worden.’’




De historie van Jeugdtheater Hofplein

Op 5 november 1985 opent het ‘Hofpleintheater voor Kinderen’ aan de Benthemstraat in Rotterdam. De lessen starten met 44 leerlingen. De doelstelling luidt: kinderen zo goed mogelijk leren zingen, dansen en toneelspelen. Tijdens de kerst van 1986 mag het gezelschap meedoen aan de familievoorstelling ‘Tommie Station’ van het Ro Theater, die wordt gespeeld in het Hofpleintheater. Het wordt een enorm succes en Jeugdtheater Hofplein wordt steeds populairder bij publiek en leerlingen.
Begin 1987 verschijnt de eerste eigen productie ‘De Tomanies’, geschreven door Louis Lemaire. Hierin spelen, zingen en dansen naast leerlingen ook docenten mee. Deze combinatie wordt in de toekomst traditie, in de producties van Jeugdtheater Hofplein spelen altijd één of twee volwassenen mee. Elk jaar komt het gezelschap met twee eigen producties. Ook zien nieuwe initiatieven het daglicht, zoals het Eenakterfestival voor Scholieren en het Peuterfestival.
In de eerste vijf jaren van hun bestaan stijgt het aantal leerlingen van 44 naar 438, het aantal voorstellingen van 25 naar 99 en het aantal bezoekers van 5.625 naar 23.259. Het theater blijft (tot ver in de jaren negentig) een technisch zorgenkindje. Daarnaast is er een langslepend conflict met de Arbeidsinspectie. Deze ziet de voorstellingen van Jeugdtheater Hofplein als kinderarbeid en dreigt het theater te laten sluiten. Pas na heel lang uitleggen en nog eens uitleggen, krijgen de Hofpleiners toch gelijk.
In 1992 scoort Jeugdtheater Hofplein een enorme hit met de voorstelling ‘Kruimeltje’. Deze productie trekt een ongekend aantal bezoekers: bijna 10.000 meer dan het jaar daarvoor. Als Jeugdtheater Hofplein haar tienjarig jubileum viert, komen er jaarlijks 42.000 bezoekers naar de voorstellingen en volgen 720 leerlingen de lessen. In het seizoen 1998-1999 speelt Hofplein ‘Pinokkio’ waar meer dan 50.000 bezoekers op afkomen. Voor de zang-, dans- en spellessen zijn er al snel wachtlijsten.
Vanaf 1997 volgt de helft van alle leerlingen lessen in een van de dependances. In 1999 slaat het noodlot toe als het theater afbrandt. Mede dankzij oneindig veel steun blijft de jeugdtheatergroep overeind en gaat eind november 2000 het ‘nieuwe’ Hofpleintheater open. In september 2001 opent de nieuwe Jeugdtheaterschool aan de Pieter de Hoochweg. ,,Maar het blijft woekeren met de ruimte’’, weet Louis Lemaire. ,,Alle ruimten van de theaterschool zijn zeven dagen per week in gebruik. Van ’s ochtends tot ’s avonds.’’
Anno 2005 wordt er gespeeld in drie theaters in Rotterdam en de dependance-producties zijn met succes te zien in regionale theaters. In totaal trekken de voorstellingen jaarlijks zo’n 84.000 bezoekers. Naast spelers leveren de opleidingen via onder meer de MBO Theaterschool en de Theater Havo ook technici, producers en andere theatervakmensen af. ,,We zijn op zo veel plaatsen met allerlei dingen bezig en het houdt niet op’’, zegt Lemaire. ,,Zo starten we in het voorjaar van 2006 met voorstellingen voor jongeren vanaf veertien jaar. En zo hebben we nog heel veel nieuwe ideeën.’’

18/11/2011 | theater |